donderdag 11 februari 2010

Financieel-industrieel complex doet een Haïti

Het is weer eens gezegd, openlijk. Deze keer door (niemand minder dan) Sir Richard Branson, de grondlegger van de Virgin Group: binnen vijf jaar is er een tekort aan olie. Peak Oil in 2015, uiterlijk.
"Regeringsleiders," zegt hij, "luister niet langer naar de praatjes van de IEA en de oliemaatschappijen, maar doe iets om een ramp te voorkomen!"

Doe iets!? Maar wat?
Sinds 1981 wordt er meer olie verbruikt dan er wereldwijd aan nieuwe olie wordt gevonden. De vraag naar olie -en in het algemeen, fossiele brandstoffen- neemt elk jaar toe, exponentieel. Door de kredietcrisis mag de vraag momenteel wat gedrukt worden, dat biedt slechts tijdelijk soelaas.
De grootste olie- en gasvelden, die de afgelopen decennia de behoefte hebben gedekt, zijn op hun retour en produceren elk jaar minder. Er moet dus steeds meer nieuwe olie gevonden worden om het toekomstig gat tussen vraag en aanbod te kunnen dichten. Het productioneel maken van nieuwe velden duurt 7 tot 10 jaar en alweer door de kredietcrisis hebben exploratie en ontwikkeling in 2009 ten dele stilgelegen.
Bovendien is de kwaliteit van nieuw ontdekte olie minder (zuurder en dikker) dan de huidige standaarden WTI (light, sweet crude) en Brent (Noordzee) en voor de efficiënte verwerking daarvan zijn op grote schaal nieuwe raffinaderijen nodig. Dat vergt grote investeringen en juist in een tijd dat banken niet willen lenen. Het tijdperk van overvloedige, goedkope energie is daarom voorgoed voorbij.

Door de economische groei in China en India (samen 2,3 miljard mensen, and counting) en de stijgende autoverkopen daar, plus de vraag naar meer en beter voedsel, zou er elke 2 à 3 jaar een Saudi-Arabië bij moeten komen om aan de te verwachten vraag te kunnen blijven voldoen.
In olie-exporterende landen (OPEC en andere, zoals Noorwegen, Rusland en Mexico) neemt bovendien het binnenlands verbruik voortdurend toe, zodat er bij een door depletie dalende productie nóg minder overblijft voor de vrije markt, de VS en de EU.
Invoeging 18 februari 2010:
Ik ben niet de enige die er zo over denkt. Lees Ambrose Evans-Pritchard, 'Barclays and Bank of America see looming oil crunch.'

Alternatieve, groene energie kan alleen ontwikkeld worden en bestaan bij de gratie van energie uit fossiele brandstoffen. Zelfs bij grootschalige toepassing -windparken op zee, woestijnen vol zonnepanelen, ethanol en biodiesel- is de netto energieopbrengst in verhouding tot de geïnvesteerde (fossiele) energie zo gering, dat iedere politicus die beweert dat deze investeringen met overheidssubsidie het belastinggeld waard zijn, óf een basiscursus rekenen zou moeten volgen, óf voor leugenaar gezet moet worden.
Grosso modo zijn alternatieve energieprojecten een pure verspilling van onze kostbare reserves aan fossiele brandstoffen [voetnoot] en andere grondstoffen en de enigen die er via het subsidiecircuit van profiteren zijn onderzoeksinstellingen (academia), grondeigenaren (boeren) en de energiereuzen (de groenestroomlobby).
Zoals Churchill in 1939 over Rusland zei: "I cannot forecast to you the action of Russia. It is a riddle, wrapped in a mystery, inside an enigma," geldt voor het evangelie van de groenekousenkerk: het is een credo, gebaseerd op een dogma, geboren uit een illusie.

Om de impact van groeiend energieverbruik op het milieu en het klimaat te beperken is een dure techno-oplossing bedacht: pomp de CO2 de grond in. Daar hoort een vergunningenstelsel (cap-and-trade) bij voor bedrijven en industrieën die hun CO2 wel in de atmosfeer lozen, onder toezicht van een bureaucratie die de uitstootrechten bepaalt en toekent en de naleving van de regels controleert.
Handel in deze CO2-rechten is echter zo fraudegevoelig en kwetsbaar voor speculatie en politieke manipulatie, dat het een schande is dat de leiders en parlementen van landen die zich democratisch noemen, ermee in zee zijn gaan. Hoe effectief toezichthouders in de praktijk zijn, hebben we onlangs nog uitgebreid mogen ervaren in de financiële wereld.
Voor een kleine elite is het een zoveelste mogelijkheid tot exorbitante zelfverrijking, terwijl iedereen die even nadenkt, zal inzien dat dit slechts een groengekalkte façade is om een almaar groeiend woud van rokende schoorstenen (kolencentrales) en uitlaatpijpen aan directe waarneming te onttrekken.

De politiek lijkt blind, maar verstandige mensen zien de bui hangen. Die begrijpen dat de geïndustrialiseerde wereld binnen vijf jaar te maken krijgt met een structureel energietekort. In de aanloop daar naartoe zakt het financiële fiatstelsel als een kaartenhuis in elkaar en daarmee ook de wereldhandel. Eind 2008 en begin 2009 kregen we daar al een voorproefje van, toen de olieprijs tot bijna US$150 steeg en een aantal deelnemers aan het pyramidespel hun gokschulden niet meer kon aflossen en failliet ging (Lehman, Fortis) of met een infuus aan de schatkist kunstmatig overeind werd gehouden (zombiebanken).
Dat heeft sommige landen -de PIIGS- zoveel geld gekost, dat in 2010 die landen nu zelf wankelen op hun financiële grondvesten. Als de bezuinigingen die een ineenstorting moeten voorkomen, geen draagvlak vinden bij de bevolking en er ontstaan stakingen en sociale onrust, dan betekent steun van de EU en de ECB slechts uitstel van executie. Buitenlandse investeerders trekken hun geld terug en dan zitten we zo in 'kredietcrisis II', een financiële versie van Haïti.
Invoeging 16 februari 2010
- Thinking the unthinkable about the euro.

Voor de babyboomgeneratie, die nog droomt dat ze aan het begin staat van een welverzorgde en comfortabele oudedag, hebben 2010 en volgende jaren een 'rude awakening' in petto.

Voetnoot, Greer 2010-02-25
The same logic also explains why projects for coming up with a replacement for fossil fuels using sunlight, or any other readily available renewable energy source, are doomed to fail. What makes fossil fuels so valuable is the fact that the energy they contain was gathered over countless centuries and then concentrated by geological processes involving fantastic amounts of heat and pressure over millions of years. They define the far end of the curve of energy concentration, at least on this planet, which is why they are as scarce as they are, and why no other energy resource can compete with them – as long as they still exist, that is.

maandag 8 februari 2010

Psychophrenomachia

Het mooie van schema's is dat ze de wereld overzichtelijk maken. Je weet waar je aan toe bent, althans, tot op zekere hoogte. Zo weet ik, dat ik gisteren vier en per vandaag drie sigaren mag roken en dat dat tot en met vrijdag zo blijft.
Wie kan doen wat hij wil en wanneer hij wil, heeft geen schema's nodig, maar zodra er een doel wordt gesteld, moet er gepland worden. Voorraden in kaart brengen, een tijdlijn uitzetten met punten erop waar subdoelen gerealiseerd moeten zijn.
De kunst is om je aan het schema te houden, al zit daar de nodige rek in. Als ik vandaag een sigaar meer zou roken, doe ik dat in het bewustzijn dat ik er ergens in het traject een minder kan opsteken, want het uitgangspunt blijft: de enige en laatste sigaar is gereserveerd voor dinsdag, 16 februari.
Maar het omgekeerde is ook waar. Als ik er nu een minder rook, zal ik die voor de einddatum alsnog moeten wegpaffen, want er mag niets overblijven. De kans dat dit een probleem wordt, is echter niet erg groot.

In de woestijnen van tijd tussen twee sigaren in begin ik me onrustig te voelen. Af en toe wat eten, of een glaasje wijn bieden nauwelijks soelaas. Het wordt een harde strijd tussen de rede en de zinnen, vrees ik.

zondag 7 februari 2010

Gekte is niet erg, zolang er een patroon in zit

Om van het roken af te komen gebruik ik een beproefde methode. Minstens vijftien jaar lang stopte ik elk jaar met roken, niet met nieuwjaar maar op Aswoensdag, de aangewezen dag daarvoor, lijkt mij.
Ongeveer twee weken voor de fatale datum inventariseerde ik mijn voorraad sigaren en stelde een schema op dat begon met zes of zeven stuks per dag en eindigde met één op de laatste dag van Carnaval, Mardi Gras, de dinsdag voor Aswoensdag. Daarmee moest mijn voorraad dan ook precies óp zijn, zodat achteloos doorpaffen geen optie kon zijn.

De beloning voor deze daad van zelfversterving kwam met Pasen, want op eerste paasdag mocht ik van mezelf dan bij de koffie weer een sigaar opsteken.
Dat gaf aanleiding tot principiële discussies met verstokte rokers, want wat had het voor zin om te stoppen, als je van tevoren toch al wist dat je weer zou beginnen? Mij ging het echter niet om principes. Het heeft iets moois om vaste patronen bewust te doorbreken -daar valt zelfs plezier aan te beleven- maar je moet niet pretenderen dat je de strijd tegen jezelf kunt winnen, tenzij je vervalt tot fanatisme. De zuigkracht van je onderbewuste roerselen is een of twee ordes groter dan de drijfkracht van je rationele gesputter.

Dat bleek ook wel, want in die ruim vijftien jaar heb ik Pasen maar twee of drie keer gehaald. Soms hield ik het twee weken vol, soms een maand. Een keer stapte ik na twee dagen al weer naar de sigarenboer, maar er was ook een jaar dat ik mijn doel ver voorbijschoot. Maar ja, dan zit je in augustus op een bankje tegen de muur van Ristorante Molinari op de piazza van Airole met een glaasje wijn te praten met een inboorling die je op een gegeven moment een pakje Gauloise voorhoudt en dan denk je, na een halfjaar niet roken, 'Ach, waarom niet?'

zaterdag 6 februari 2010

We zijn de sigaar

Vorige week hoorde ik dat mijn favoriete sigaar uit de handel gaat. Ondanks mijn substantiële bijdrage worden er te weinig van verkocht. Al jaren ben ik een Gezel-roker, de panatella van 'De Heeren van Ruysdael', een quasi-sjieke merknaam die vooral bedacht lijkt om een hoger dan gemiddelde prijs te rechtvaardigen.
Een mooie aanleiding dus om er nu maar eens een punt achter te zetten, achter dat roken, bedoel ik. Ruim dertig jaar lang heb ik blijmoedig de jaarlijkse begrotingen van meneer Kok, Zalm en Bos gesteund met een onwaarschijnlijk bedrag aan betaalde accijnzen, maar een bedankje kon er nooit af. Tabak valt onder de genotmiddelen en in dit calvinistische land werd genieten oogluikend toegestaan, als je bereid was er extra voor te betalen.

Twintig jaar geleden echter werd er een volledig nieuwe insteek gekozen om het roken te ontmoedigen. Het was slecht voor de gezondheid, maar nu niet alleen meer van de roker zelf, maar ook van de meerokers, degenen die zonder accijns te hoeven betalen konden meegenieten van uitgeblazen rook. Hoewel ik de eerste die aan meeroken is doodgegaan nog moet tegenkomen, was dit uit propagandaoogpunt natuurlijk een meesterzet. Ons land herbergt voldoende hypochonders en gezondheidsfreaks om de tevreden roker in het defensief te dringen. Al in de jaren '90 werd je in restaurants, als je bij de koffie een sigaar opstak, geconfronteerd met steels over schouders geworpen dodende blikken.
Toen de anti-rooklobby de wetgever eenmaal over de brug had gekregen, was het hek helemaal van de dam. Rokers werden tot paria's gemaakt, die naar de periferie van de samenleving moesten uitwijken om hun als verderfelijk gebrandmerkte gewoonte bot te vieren, buiten aan de voordeur, hangend uit een raam of op een balkon. Goed om een longontsteking op te lopen.
Maar ja, dit is een achterhoedegevecht. Bij de jongeren is roken eigenlijk geen issue meer. Die hebben de weg gevonden naar andere soorten genotmiddelen van een aanzienlijk minder onschuldig karakter. Mensen kunnen nu eenmaal niet zonder stimulerende middelen. Altijd zoeken zij naar wegen om in trance of in een roes te raken, omdat een dergelijke toestand hun het gevoel geeft dat zij in contact zijn met een hogere werkelijkheid of waarheid, het gevoel dat zij écht leven, of simpel omdat zij het lekker vinden.

Gisteren ben ik aan het afkickproces begonnen. Vier sigaren heb ik gerookt, ongeveer de helft van mijn normale dagrantsoen. In minder dan twee weken bouw ik dat aantal af tot nul, waarvan dagelijks een korte impressie op deze blog.

vrijdag 1 januari 2010

Waar gaan wij in 't nieuwe jaar naartoe?

Zoals de spectaculaire groei van de wereldeconomie in de 20e eeuw alleen maar mogelijk was dankzij de onbeperkte beschikbaarheid van goedkope energie, hoofdzakelijk uit olie en later ook gas, zo moet een voortschrijdende beperking in de beschikbaarheid ervan onherroepelijk leiden tot economische krimp. Omdat 'groei' de basis vormt van ons financiële systeem, zal minder beschikbare en/of duurdere energie zich het eerst manifesteren in de financiële markten en een crisis veroorzaken in de kredietverlening.

Colin Campbell, een gepensioneerde Shell-geoloog, en grondlegger van ASPO, voorspelde zodoende al in 1998 in een artikel in 'The Scientific American' een kredietcrisis in het eerste decennium van de 21e eeuw. Aangezien er niet of nauwelijks meer olie geproduceerd kan worden dan nu het geval is (ca. 86 miljoen vaten per dag), producerende landen zelf steeds meer van hun eigen olie gaan verbruiken en er bovendien nieuwe grote afnemers bij zijn gekomen (China, India), gaat de olieprijs de komende jaren met pieken en dalen omhoog. Dit tast de solvabiliteit van westerse banken en bedrijven verder aan, ondermijnt de veerkracht van de economie en beperkt de belastingopbrengsten voor westerse overheden die zich de afgelopen jaren ter bestrijding van de crisis tot recorddiepte in de schulden hebben gestoken.

Daarnaast moet nog de demografische factor genoemd worden. Geïndustrialiseerde, westerse economieën, Japan inbegrepen, hebben een laag geboortecijfer en een aanzwellend leger 65+-ers (babyboomers). De combinatie van teruglopende belastingopbrengsten, een hoge staatsschuld, op termijn stijgende rentes en een toenemend beroep op de - vaak onvoldoende gevulde (US, UK, Italië, Griekenland) - pensioenpotten, garanderen als het ware een verdere verdieping van de kredietcrisis. Het hoge schuldenniveau, zowel van particulieren, bedrijven, als overheden, laat de centrale banken (Fed, ECB, BoE en BoJ) geen andere uitweg, dan 'quantitative easing', d.w.z. de kredietkranen openzetten en alle schulden financieren met uit het niets gecreëerd geld, alle mooie woorden en beloften van bezuinigingen ten spijt.

Omdat de huidige generaties met hun overheden, dankzij goedkope energie en de exponentiële groei die ermee gegenereerd kon worden en niet te vergeten de extra 'bonus' van de globalisering (goedkope arbeid), voor een groot deel op de pof hebben geleefd en overheidssteun als een vanzelfsprekendheid, 'een recht', zijn gaan beschouwen, zal het moeilijk zijn, zoniet onmogelijk, ons welvaartsniveau aan de nieuwe wereldorde aan te passen zonder oplopende inflatie, stijgende werkloosheid en sociale onrust.

Van de kredietcrisis zijn we voorlopig niet verlost, sterker nog, de kredietcrisis wordt een permanent verschijnsel. Doordat de economie niet meer groeit, maar geleidelijk krimpt en de geld-, d.w.z. kredietvoorraad (M3) afneemt, kan de rente op leningen niet meer betaald worden en een groot deel van de leningen zelf ook niet. Schulden die niet terugbetaald worden, zullen uiteindelijk moeten worden afgeschreven. Dat is wat er momenteel en in de toekomst danook op grote schaal gebeurt. Vorderingen 'verdampen' op de balans en banken gaan failliet - in de US failleerden in 2009 1,36 miljoen particulieren, bijna 90.000 bedrijven en 140 banken, waaronder enkele grote. Met onvoorstelbare bedragen aan leningen en garantstellingen proberen overheden het kredietcircus weer op gang te brengen, maar de resultaten zijn pover en de verwachting is dat er in 2010 een nieuwe terugval zal plaatsvinden, zodra de overheid haar stimulerende rol vermindert.

Ik geef toe, dit is een schets van een doemscenario, maar veel beters heb ik niet te bieden. Ik ben ervan overtuigd dat we ons wereldbeeld de komende jaren drastisch zullen moeten bijstellen. Individueel en collectief zullen wij in 'de jaren 10' minder te besteden krijgen. We zullen nu nog bijna onvoorstelbare verschuivingen zien in het machtsevenwicht tussen mogendheden en dat zal niet zonder slag of stoot gaan. Op de financiële markten zullen zich aardverschuivingen voordoen van ongekende orde. Het zal mij niet verbazen, als de euro lang voor het eind van dit nieuwe decennium al weer geschiedenis zal zijn. De droom van onze politieke elite, 'alle Menschen werden Brüder' onder de EU-paraplu, zal in de komende financiële chaos inderdaad niet meer dan een droom blijken en de rol van de politiek en de overheid zal in alle opzichten zwaar onder vuur komen te liggen.
Invoeging 16 februari 2010
- Last chance for Greece
- EU orders Greece to cut deeper.

De politiek en de tot consument getransformeerde burger zijn ten aanzien van dit sombere toekomstperspectief nog in de eerste fase van het Kübler-Ross continuüm van rouwverwerking, ontkenning. De tweede fase, woede, moet nog komen, al lijkt iemand als Astrid Jongerius en haar aanhang daarop soms al een voorschotje te nemen. Niemand, noch de politiek, noch de vakbeweging, lijkt ook maar enig idee te hebben van de eisen die de naaste toekomst stelt aan de inrichting van onze maatschappij en hoe wij als verstandige mensen moeten omgaan met elkaar, onze leefomgeving en de toenemende schaarste aan grondstoffen, energie, water en voedsel. Alle inspanningen lijken gericht op het handhaven van de huidige levensstandaard, al zullen we daarvoor misschien een extra trui moeten aantrekken, de gloeilamp moeten vervangen door spaarlampen en de auto op het stopcontact aansluiten - het geruststellende Al Gore recept.

De transitie van fossiele brandstoffen naar alternatieve energiebronnen zal op een grote teleurstelling uitlopen. Niet alleen is de EROEI (energy returned on energy invested), als we de overheidssubsidies er aftrekken, bedroevend laag, 1 op 1 of zelfs negatief, de noodzakelijke investeringen in infrastructuur zijn van een zodanig astronomische omvang, dat een verstandige overheid er überhaupt niet aan zou beginnen, weggegooid geld. Maar sinds wanneer mogen we van een overheid, waarvan de vertegenwoordigers elke vier jaar gekozen worden, verwachten dat zij 'verstandig' handelt, d.w.z. met oog voor de werkelijkheid en niet voor een schijnbare winst op korte termijn? De burger weet dat er iets niet in orde is en wil dat de overheid daar iets aan doet. De keus voor een oplossing is gevallen op windmolens en de bouw van windparken is voor de burger het tastbare bewijs dat er iets gebeurt. Hij vertrouwt erop dat daarmee de problemen goeddeels van de baan zijn en hij zijn leven op de oude voet kan voortzetten.

Dat we in de komende jaren een serieuze stap terug moeten doen, als eerste van een reeks, daar wil niemand nog aan. Het idee, dat er deze keer geen technologische oplossing voorhanden is om ons beslag op het milieu en de aardse hulpbronnen kunstmatig te verlengen, is een politiek onverkoopbare boodschap en daarom is er ook geen politicus die er zijn lot aan wil verbinden. Liever zetten politici - van andermans geld - de wereld vol windmolens en bedekken ze desnoods de hele Sahara met zonnepanelen om de illusie in stand te houden, dat exponentiële groei in een eindige wereld een haalbare optie is. Tegen de tijd dat de rekening van hun kortzichtige beleid gepresenteerd wordt, zijn zij immers al weer van het toneel verdwenen.

Een realistische visie op zowel de huidige situatie, als wat de toekomst brengen zal, vind ik bij John Michael Greer, 'The Archdruid Report'. Voortbouwend op het werk van de econoom E.F. Schumacher, auteur van o.a. 'Small is beautiful', toont hij met verhelderende analyses de hiaten aan in de klassieke en hedendaagse economische theorieën en ontwikkelt hij een eigen begrippensysteem om de samenhang van natuur, mens en middelen inzichtelijker te maken.
In zijn laatste blogpost van 2009, 'Immodest Proposals' geeft hij op grond van zijn eigen theorie een indicatie voor een herziening van ons belastingstelsel, die een werkelijke bijdrage zou kunnen leveren om de overgang van groei naar krimp soepeler op te vangen.

In de kist vol zure appelen die ik op deze nieuwjaarsdag op uw stoep zet, is de blog van JMG de enige bellefleur, een teken van hoop dat moed geeft om door de rest heen te bijten.

zondag 8 november 2009

Wie huurt verzuurt, wie koopt wanhoopt

In de zaterdagcolumn van Frank Kalshoven in de Volkskrant van 7 november, 'Een stevig plan voor de huizenmarkt', prijst hij het boekje 'Hervorming van de Woningmarkt' van Taco van Hoek aan met 'iets slimmers verzinnen zal niet meevallen'.
Taco, voormalig onderdirecteur van het CPB, is directeur van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB). Hij stelt dat de woningmarkt zo rot is als een mispel en wil die een nieuw, stevig fundament geven. De sociale huurmarkt is volledig scheefgegroeid: 40% van alle sociale huurders - ca. 1 miljoen huishoudens - huurt 'scheef'. Ten opzichte van hun (gestegen) inkomen wonen ze te goedkoop en tegelijk zijn er lange wachtlijsten voor goedkope, sociale huurwoningen. De markt voor koopwoningen is ook volledig verstoord. Door de hypotheekrenteaftrek blijven de huizenprijzen hoog. Dat leidt tot hogere hypotheken en dus meer belastingaftrek. Afschaffing daarvan heeft allerlei nare bijeffecten.
In zijn boekje stelt Taco voor, wat de sociale huurders betreft de inkomenstoets niet alleen aan het begin, maar bijv. jaarlijks toe te passen. Wie meer gaat verdienen, gaat meer huur betalen. Voor een groot deel (85% van het sociale woningbestand is eigendom van corporaties) zouden die hogere huuropbrengsten ten goede komen aan de woningcorporaties.
Voor de koopsector ziet Taco de annuïteitenhypotheek als oplossing. Voor de koper blijven de maandtermijnen gedurende de hele looptijd dezelfde, maar in het begin bestaan die hoofdzakelijk uit rente en aan het eind hoofdzakelijk uit aflossing. Zodoende hebben nieuwe kopers een aanzienlijk hoger belastingvoordeel, dan degenen die al jaren in hun huis wonen.
Conclusie van Kalshoven: 'Ja, door deze hervormingen gaan scheefhuurders meer voor hun woning betalen. Ja, (gesettelde) huiseigenaren gaan meer belasting betalen. Maar de woningmarkt knapt er behoorlijk van op, de schatkist wordt ontlast, en dat alles zonder onoverzienbare overgangsproblemen.'

Maar is dit nu wel echt zo slim als het op het eerste oog lijkt? In de economie hangt alles met elkaar samen. Wat in de loop van vele jaren is scheefgegroeid, is scheefgegroeid in een bepaalde context van economische verhoudingen die gaandeweg en houtje-touwtje zijn vastgelegd in wet- en regelgeving. Als je de scheve tuipalen van de woningmarkt weer recht probeert te zetten, trek je in andere sectoren van de economie de boel omver.
Misschien lijken de overgangsproblemen beperkt tot de woningmarkt als zodanig te overzien, de maatschappelijke gevolgen zullen dat zeker niet zijn.
In de eerste plaats, het meest concrete gevolg van deze voorstellen is dat er uiteindelijk miljarden aan besteedbaar inkomen worden afgeroomd. Een deel komt bij de woningcorporaties terecht en via deze grotendeels in de schatkist en een ander deel vloeit er rechtstreeks in. Het geld dat daarmee aan de huishoudens onttrokken wordt, leidt tot krimp in de 'echte' economie. Miljoenen huishoudens krijgen minder te besteden, de detailhandel en bedrijven in het algemeen zien hun omzet dalen en daardoor nemen zelfs de btw-opbrengsten voor de staat af!
In de tweede plaats is het de vraag of het gebrek aan doorstroming in de huidige woningmarkt wel vooral een financiële achtergrond heeft. Misschien zijn mensen gehecht aan hun buurt of blijven ze liever zitten waar ze zitten, omdat hun kinderen er naar school gaan. Een forcering van de doorstroom door de overheid mag misschien de mobiliteit verhogen, het leidt onherroepelijk tot minder sociale cohesie in buurten en wijken, tot meer verloedering, onveiligheid en misschien zelfs ghettovorming - 'prachtwijken', zoals die tegenwoordig worden genoemd.

Wat Taco voorstelt, zijn technische oplossingen voor in tientallen jaren gegroeide omstandigheden, die vanuit een ideologische achtergrond vooral door planners en beleidsmakers tot probleem worden bestempeld. Het is een rationele benadering van zaken die in wezen politiek zijn en daarom onoplosbaar. Als er al sprake is van een probleem, dan moet dit niet bij de woningmarkt zelf worden gezocht, maar bij de politiek en daarmee bij de links en rechts subsidiërende en regulerende overheid.
De overheid pretendeert het welzijn van de burger 'hoger' te kunnen maken, maar maakt die pretentie niet waar, mede omdat de politiek de criteria voor 'welzijn' steeds oprekt. Een bewegend doel is moeilijk te raken en daarom is er steeds meer geld voor nodig, al was het maar om de schijn te kunnen ophouden. In tijden van economische voorspoed kan een overheid voldoende geld aantrekken om haar stokpaardjes te berijden. Dan wordt een onrendabele Betuwelijn aangelegd, het onderwijs krijgt de ene 'verbetering' na de andere voor zijn kiezen en de sociale woningbouw wordt gestimuleerd en ver onder de kostprijs verhuurd - zoals Taco stelt: 'De marktwaarde van de gemiddelde corporatiewoning is 150.000 euro, de contante waarde van de netto huuropbrengsten gemiddeld slechts 40.000 euro.'
Maar de tijden van voorspoed zijn voorbij. Alle westerse economieën zijn in de rui en zullen de komende jaren nog menige veer moeten laten. Overheden op alle niveaus worden nu geconfronteerd met de gevolgen van hun ongebreidelde stimuleringsdrift. Een pas op de plaats is niet genoeg, zij zullen een aantal stappen terug moeten doen en in eigen vlees moeten snijden. Hun inkomsten lopen terug (opbrengst belastingen), hun uitgaven stijgen (rente staatsschuld, ww, aow, marktstimuli) en het verhogen van belastingen zal op maatschappelijke weerstand stuiten.

Wie onder zulke omstandigheden voorstelt - ook al gaat dat geleidelijk - de huren te verhogen en de financiering van koopwoningen aanzienlijk duurder te maken, is volgens mij niet slim, maar een politieke nitwit en van God los. Bovendien zijn Taco's voorstellen volstrekt overbodig. Als overheidssubsidies opdrogen, zullen corporaties zelf de huren wel moeten verhogen, anders gaan ze uiteindelijk over de kop. En dalende huizenprijzen en hogere rentes, tezamen met de onwil (lees: het onvermogen) van banken om te lenen zullen de scheve verhoudingen op de woningmarkt vanzelf weer rechttrekken in een golf van faillissementen. Dat wel.

zondag 1 november 2009

Tijl Scheerspieghel

Je kunt van Dirk zeggen wat je wilt, maar iemand die - op Nederlandse bodem nog wel - in enkele tientallen jaren uit het niets een miljardenimperium weet op te bouwen, is niet zomaar iemand. Zeker niet, als hij in z'n eentje een kwart provincie van werk voorziet en een overwegend agrarische streek een culturele impuls weet te geven, die de bewoners met plaatsvervangende trots vervult. We doelen op een stadion met een nationaal kampioenselftal en een museum voor moderne, figuratieve kunst, nog afgezien van de opvallende architectuur die hij in het platte polderland introduceerde.

Voor de supporters van AZ is Dirk een held, voor het merendeel van de streekbewoners, die naast de werkgelegenheid die de bank verschafte ook nog eens profiteerden van de uitgaven van 150.000 bezoekers per jaar van het museum, voor die is hij ook een held en voor zijn personeel, dat nu verwezen naar het UWV, toch als één man achter hem blijft staan, heeft de figuur Dirk Scheringa heroïsche proporties aangenomen. Blijkbaar wist hij anderen te inspireren, blijkbaar wist hij met de mensen in zijn snel expanderende bedrijf al die jaren een persoonlijke relatie te onderhouden, zodat ze hem als mens bleven waarderen en hem, ondanks zijn rijkdom, bleven beschouwen als "een van ons". Vergelijk dat eens met het persoonlijke profiel van een doorsnee bankier. Een feodale kwast als Rijkman Groenink kon iedereen bij dé Bank op het laatst wel dooien.

Dirks klanten waren voor het grootste deel ook met hem ingenomen. Hij berekende een van de laagste rentes in de markt en gaf een van de hoogste. Voor zijn val had hij zodoende een marktaandeel van 17% van alle leningen en gaf daarmee de grootbanken het nakijken. Ongetwijfeld beschouwden zijn collega's aan de Zuid-as hem als een 'peen in die es' en groot was danook de ontsteltenis, toen Dirk Gerrit - ook een Noordhollander - wist over te halen voor hem te komen werken. Dat leek een enorme opsteker voor Dirk, maar uiteindelijk luidde het zijn ondergang in, want hij ontsteeg daarmee aan de provinciale beslotenheid, betrad het nationale schouwtoneel en viel ten prooi aan de aandacht van de landelijke media.

Aanvankelijk werd de loftrompet gestoken. Ondanks alles was hij eenvoudig gebleven. Onder zijn bankierspak droeg hij altijd nog geitewollen sokken en zodra hij thuiskwam - op de boerderie, schoot hij direct de klompen aan. De successen van 'zijn' AZ straalden op hem af, maar hij bleef er zo bescheiden onder en meer van zulke Privé-babbel. Later werd de tune echter overgenomen door een dwarsfluit en een jammerhout, al bleef hun klaagzang achtergrondmuziek zolang er Zalm in de vijver zwom.
Dirk voelde zich er kiplekker onder en kreeg plezier in alle media-aandacht. Toen de kredietcrisis uitbrak en Fortis omviel, schiep hij er zichtbaar genoegen in dat hij nu ook bij de grote jongens gerekend werd - tot zijn eigen verbazing eigenlijk, al kon hij bij die gelegenheid niet nalaten op te merken dat zijn Bank geen last van de crisis had - en toen het later nog erger werd en ING en Aegon staatssteun moesten vragen om overeind te blijven, bood hij zelfs ruimhartig aan DSB een jaartje te willen verlaten om als crisisminister orde op zaken te stellen.

Zoals ik al eerder schreef, was dit het moment waarop hij zijn hand overspeelde. Niemand zat op hem te wachten, zeker de politiek niet. Sindsdien bleek dat DSB er lang niet zo florissant voorstond als (bijna) iedereen had gedacht. DSB was 'onzorgvuldig' geweest, had consumenten te hoge kredieten verstrekt, daar een pak 'onnodige' verzekeringen bovenopgestapeld en nu raakten die mensen in de betalingsproblemen.
'Onzin,' zei Dirk aanvankelijk. 'Wij kijken heel goed naar de kredietwaardigheid van onze cliënten. Van de tien aanvragen wordt er maar één geaccepteerd.' Waarschijnlijk was dat ook zo. Als kredietverschaffer wil je je geld uiteindelijk terughebben, met rente. Bovendien had Dirk de kredietcrisis zien aankomen. De DSB had zich nooit aan Amerikaanse hypotheekobligaties gewaagd en van tevoren zijn buitenlandse risico's geëlimineerd. In dat opzicht was hij verstandiger geweest dan alle topbankiers en economen bij elkaar en ook vooruitziender dan Wellink en Bos, die nu nog steeds verkondigen, 'dat in 2007 niemand de crisis kon zien aankomen.' Duh, de blogosphere gonsde ervan.

Toch is Dirk slachtoffer geworden van diezelfde kredietcrisis, zij het indirect. Hij had zijn zaken dan wel op orde, maar hij had er niet op gerekend dat de credit crunch hem de das om zou doen. Hij kon zelf niet meer voldoende lenen. Bovendien ging dat deel van zijn klanten dat tot dan toe net het hoofd boven water had kunnen houden nu kopje onder en tenslotte daalden de huizenprijzen aanzienlijk, waardoor de waarde van Dirks onderpanden kelderde. De AFM stortte zich op de 'slechte' leningen en de Nederlandsche Bank constateerde dat de solvabiliteit van DSB snel verslechterde en kneep op haar beurt het bankkrediet af. Eén losse flodder van Lakeman en DSB viel om.

Is Dirk nu een boef? Dirk is een ondernemer. Als hij iemand een lening gaf, bekeek hij het risico. Dat kon hij blijkbaar goed beoordelen, anders was hij niet zo succesvol geweest. In twijfelgevallen vraag je extra garanties. Dan verkoop je iemand een verzekering om je risico af te dekken, bijv. een koopsompolis. Dat doen alle banken, niet alleen DSB. Denk aan de de woekerpolisaffaire, waar de grootbanken en verzekeraars in veroordeeld zijn.

In onze, grotendeels op sprookjes gebaseerde verzorgingsmaatschappij heeft de overheid zich de rol van Robin Hood toegemeten, stelen van de middenklasse, een deel van de buit aan de strijkstok hangen en de rest verdelen onder de armen. Niet letterlijk natuurlijk, maar met mooie gebaren - prachtwijken! Het Robin Hood model is zó algemeen geaccepteerd, dat zowat iedereen staatssteun vanzelfsprekend vindt en die zelfs als een 'recht' beschouwt.
Ook van ondernemers wordt geëist, dat ze zich aan dit heersende model conformeren. Winst maken mag niet hun enige oogmerk zijn, zij moeten het welzijn van hun klanten voor ogen houden en zich verantwoordelijk gedragen, anders kunnen zij achteraf ter verantwoording worden geroepen en meestal kost dat hun veel geld. Neelie Kroes heeft zich ontpopt als een hedendaagse, zij het wat rimpelige Maid Marian en op nationaal niveau vertoont Wouter Bos zich graag in Robin Hood outfit met de toezichthouders van DNB, AFM en NMa als zijn 'Merry Men'.

Dirk is een ondernemer van de oude stempel en als zodanig past het jagerspakje van Robin Hood hem niet. Hij opereerde liever in de vele vermommingen van Tijl Uylenspieghel. Tijl was een schelm. Om te voorzien in zijn levensonderhoud appelleerde hij aan algemeen menselijke eigenschappen, hebzucht, goedgelovigheid en domheid. Mensen die hij erin liet lopen, waren een beurs of een gebraden kip armer, maar niemand had medelijden met hen. Ze werden uitgelachen, het was hun eigen stomme schuld. Maar dat was in een tijd dat er nog geen staatssteun bestond en ieder werd afgerekend op zijn eigen beslissingen.
Wij, die zijn opgegroeid in de sprookjeswereld van Robin Hood, waarin de gevolgen van eigen onvermogen voor een groot deel op de gemeenschap kunnen worden afgewenteld, zijn snel geneigd de Tijl Uylenspieghels te veroordelen, maar veroordelen we dan niet tegelijk onszelf tot een staat van maatschappelijke onnozelheid.