woensdag 17 maart 2010

Het grote stoppen

Door de kou waren we al een tijd niet op het terras geweest, maar afgelopen zondag viel het mijn zoon plotseling op dat in de lavendel onder de olijf een eend zat te broeden. Iedereen voorzichtig kijken, maar toen mijn dochter wat al te dichtbij kwam, sprong het beest op en verdween klapwiekend over de balustrade. Zo konden we het nest bekijken. Er lag een dozijn eieren in en iedereen vroeg zich af, hoe de kleine eendjes straks bij het water beneden moesten komen. Ons terras ligt nl. op 6 hoog.
Uit een snelle zoektocht langs internet bleek dat wij ons niet als enigen deze vraag stellen. [vroege vogel] [daffy duck].

Intussen is het 17 maart geworden en dat betekent dat het precies een maand geleden is dat we de brand in onze laatste panatella staken. Het niet-roken is op zichzelf best vol te houden en de neiging om onwillekeurig je hand uit te strekken naar een niet meer aanwezig doosje of kistje neemt mettertijd af, maar wat blijft is een gevoel van gemis, een leegte die zich ook na een maand niet opgevuld heeft met ..., ja, met wat eigenlijk? Eerstepaasdag [4 april] lijken we wel te gaan halen en mogelijk staan we dan zo sterk in onze schoenen, dat we de streefdatum verleggen naar een volgende markante dag op de kalender, bijv. 9 juni, de dag van de tweedekamerverkiezingen.

Het is opvallend, hoe weinig animo er onder zittende politici is om hun termijn te verlengen. Na de door tranen verstikte afscheidsspeech van Agnes Kant en de daarop volgende abdicaties van Eurlings en Bos, haken ook de mindere goden nu bij bosjes af. Vandaag Koenders, en gisteren zaten er drie afhakers bij Pauw & Witteman, die verklaarden geen zin te hebben in nog eens vier jaar kamerlidmaatschap. Jammer dat de helft van die uitzending besteed werd aan geen nieuws over een verdwenen meisje uit Dordrecht en de toelichting van Peter R. daarop, want nu kwamen P&W er niet aan toe de waarheid boven tafel te krijgen over de vraag, waarom er juist nu zo'n nooit eerder vertoonde hausse is in het kamerbreed afhaken.

Op zichzelf is dat niet zo moeilijk te raden. Tientallen jaren was het politieke toneel vooral een gelegenheid tot egotrippen op kosten van de gemeenschap en het uitdelen van gunsten en subsidies aan gekoesterde belangengroepen. Nu het geld drie keer is uitgegeven en het duidelijk is dat er voorlopig niets meer uit te delen valt - er moet jarenlang drastisch bezuinigd worden en bovendien in een veel onzekerder en harder politiek klimaat - blijken de dames en heren er geen zin meer in te hebben en verleggen hun ambities net zo lief naar elders.
"De ratten verlaten het zinkende schip," kraaide hofnar Gerrit Komrij aan de P&W-tafel, een onwelkome en haastig genegeerde conclusie, maar daarom niet minder terecht. Niemand hoeft medelijden met hen te hebben, want onze politici hebben goed voor zichzelf gezorgd. Zij mogen zes jaar van een riant wachtgeld genieten en rustig om zich heen kijken tot er een leuker baantje langskomt. Anders dan eendjes die de pech hebben om op een zesde verdieping uit het ei te kruipen, wacht onze salonpolitici geen ongewisse sprong in het diepe.