maandag 26 juli 2010

Olofs poes

In 1995 nam Theo Olof afscheid van het concertpodium. De Volkskrant interviewde hem thuis en in het artikel werd uitgebreid aandacht besteed aan de bijzondere kwaliteiten van Olofs poes Kiki. Deze getalenteerde diva was de moeder van onze kater Mick uit een nest van 1985.
Mick was blij verrast weer eens iets over zijn moeder te horen en hij besloot haar direct een kattebelletje te schrijven om haar te laten weten dat het goed met hem ging.

Lieve moeder,

Ik was diep geroerd door uw interview in de Volkskrant. Ro heeft het me voorgelezen en vooral de passage over uw romance met mijn vader vond ik poezonder boeiend.
Wij lezen 's zaterdags altijd samen de krant. Hij zet dan eerst koffie en ik wacht geduldig tot hij een scheutje koffiemelk in mijn bakje doet. Daar ben ik namelijk dol op.

Dan spreidt hij de krant uit op tafel en steekt een sigaar op en ik ga vlak naast hem zitten spinnen. Om hem te laten merken, hoe gezellig ik het vind, geef ik hem af en toe een flinke kop, of ik loop voor hem langs heen en weer en laat mijn staart liefkozend onder zijn neus door glijden.

Daarna ga ik me languit op de krant liggen likken, bij voorkeur op de plaats waar hij aan het lezen is. Na wat duwen en schuiven blaast hij dan meestal een wolk sigarerook in mijn richting, wat mij tijdelijk op de vlucht drijft, maar zodra de rook is opgetrokken beginnen we opnieuw.

Naar ik uit uw woorden begrijp, heeft het leven u enigszins verbitterd gemaakt. Hard moeten werken en weinig waardering krijgen, dat zijn geen ideale omstandigheden om als poes tot ontplooiing te komen. Zeker als men ook nog een traumatische jeugd heeft gehad, waarbij men als bal door de kamer moest vliegen! Het is stuitend, hoe wij in onze weerloze jeugd overgeleverd kunnen zijn aan de grillen van het huispersoneel, dat toch geacht wordt ons te verzorgen en ons op onze wenken te bedienen.

Wat dat betreft, heb ik het hier samen met mijn twee huisgenoten redelijk geregeld. Brokjes, water, melk, ze zijn doorgaans voorhanden en wij hoeven maar te kikken, of de tuindeur wordt voor ons geopend. Voor mij persoonlijk is het zelfs al voldoende om zwijgend bij de deur te gaan staan, maar als oudste heb ik dan ook wat meer gezag.

Mijn beide huisgenoten zijn overigens ook van goede komaf. De oudste, een jaar jonger dan ik, komt uit een milieu van Oud-Indische taal- en letterkunde, terwijl de jongste, een broekje van nog geen vier, een academisch-medische achter grond heeft. Hij is nog wat speels en heeft de onhebbelijke gewoonte zich te verstoppen om je bij het passeren onverhoeds op je rug te springen, maar voor de rest voegt hij zich redelijk naar ons patroon.

Wij hoeven niet te werken en leven als 'local gentry'. 's Morgens een stevig ontbijt en dan er op uit, de tuinen in over het randje van de schutting van de buren. Voor mij hoeft het niet meer zo, maar Poes 3 is nog jong en komt een enkele keer wel eens met een vogel of muis terug. Zijn medische achtergrond verklaart zijn interesse in ornithologische anatomie. Hij klimt ook in bomen, iets waar ik mij, als heer op leeftijd, niet meer aan waag.

De rest van de dag wijden wij aan persoonlijke verzorging, inspectie van onze domeinen, studie en diepzinnige overpeinzingen, totdat het personeel weer thuiskomt. Dan is het aanpakken geblazen, want zij moeten voortdurend herinnerd worden aan hun plichten.

Na ons souper maak ik mij op voor de avond. Ik houd toezicht bij de maaltijd van het personeel door mij aan de tafelrand vast te klampen en over de rand te kijken. Als Ro zijn vlees snijdt, tik ik hem op zijn poot en duw met mijn neus tegen zijn pols. Vaak krijg ik dan nog iets toegestopt. Wat op de grond valt, ruim ik onmiddellijk op. Zo zorg ik dat ze er geen bende van maken.

Dan volgt de koffie - met een scheutje koffiemelk voor mij - en vervolgens wordt het tijd om op de TV te gaan liggen, zodat ik de markantste punten uit het nieuws met mijn staart kan aanwijzen.
Ik weet niet, of u veel TV kijkt, maar de meeste programma's zijn ronduit slaapverwekkend. Het komt herhaaldelijk voor, dat ik even wegdut en dan plotseling achter de TV glijdt. Daar wordt dan hartelijk om gelachen!

Voor uw muzikale talent koester ik diepe bewondering. Wat een kwelling moet het voor u zijn, dat uw omgeving u nooit de gelegenheid heeft geboden ermee naar buiten te treden. Wel de lasten van het moeten aanhoren van eindeloze herhalingen, nooit de lusten van een smetteloze uitvoering om daarna een staande ovatie in ontvangst te mogen nemen. Het is wreed, zeker voor een fijnbesnord kunstenares als u.

Laat het u een troost zijn, dat ik Ro gevraagd heb een codicil voor mij in te vullen. Na mijn dood stel ik mijn darmen ter beschikking van de kunst. Wellicht weet een begenadigd violist daar roem mee te oogsten. Het applaus zij dan opgedragen aan uw nagedachtenis.

Droevig te moeten vernemen, dat het met mijn vader niet zo goed gaat. Doet u hem in ieder geval mijn hartelijke groeten, als u hem nog eens beneden in de tuin mocht zien lopen. Ik wens u beiden het allerbeste.

Uw zoon Mick