zondag 1 november 2009

Tijl Scheerspieghel

Je kunt van Dirk zeggen wat je wilt, maar iemand die - op Nederlandse bodem nog wel - in enkele tientallen jaren uit het niets een miljardenimperium weet op te bouwen, is niet zomaar iemand. Zeker niet, als hij in z'n eentje een kwart provincie van werk voorziet en een overwegend agrarische streek een culturele impuls weet te geven, die de bewoners met plaatsvervangende trots vervult. We doelen op een stadion met een nationaal kampioenselftal en een museum voor moderne, figuratieve kunst, nog afgezien van de opvallende architectuur die hij in het platte polderland introduceerde.

Voor de supporters van AZ is Dirk een held, voor het merendeel van de streekbewoners, die naast de werkgelegenheid die de bank verschafte ook nog eens profiteerden van de uitgaven van 150.000 bezoekers per jaar van het museum, voor die is hij ook een held en voor zijn personeel, dat nu verwezen naar het UWV, toch als één man achter hem blijft staan, heeft de figuur Dirk Scheringa heroïsche proporties aangenomen. Blijkbaar wist hij anderen te inspireren, blijkbaar wist hij met de mensen in zijn snel expanderende bedrijf al die jaren een persoonlijke relatie te onderhouden, zodat ze hem als mens bleven waarderen en hem, ondanks zijn rijkdom, bleven beschouwen als "een van ons". Vergelijk dat eens met het persoonlijke profiel van een doorsnee bankier. Een feodale kwast als Rijkman Groenink kon iedereen bij dé Bank op het laatst wel dooien.

Dirks klanten waren voor het grootste deel ook met hem ingenomen. Hij berekende een van de laagste rentes in de markt en gaf een van de hoogste. Voor zijn val had hij zodoende een marktaandeel van 17% van alle leningen en gaf daarmee de grootbanken het nakijken. Ongetwijfeld beschouwden zijn collega's aan de Zuid-as hem als een 'peen in die es' en groot was danook de ontsteltenis, toen Dirk Gerrit - ook een Noordhollander - wist over te halen voor hem te komen werken. Dat leek een enorme opsteker voor Dirk, maar uiteindelijk luidde het zijn ondergang in, want hij ontsteeg daarmee aan de provinciale beslotenheid, betrad het nationale schouwtoneel en viel ten prooi aan de aandacht van de landelijke media.

Aanvankelijk werd de loftrompet gestoken. Ondanks alles was hij eenvoudig gebleven. Onder zijn bankierspak droeg hij altijd nog geitewollen sokken en zodra hij thuiskwam - op de boerderie, schoot hij direct de klompen aan. De successen van 'zijn' AZ straalden op hem af, maar hij bleef er zo bescheiden onder en meer van zulke Privé-babbel. Later werd de tune echter overgenomen door een dwarsfluit en een jammerhout, al bleef hun klaagzang achtergrondmuziek zolang er Zalm in de vijver zwom.
Dirk voelde zich er kiplekker onder en kreeg plezier in alle media-aandacht. Toen de kredietcrisis uitbrak en Fortis omviel, schiep hij er zichtbaar genoegen in dat hij nu ook bij de grote jongens gerekend werd - tot zijn eigen verbazing eigenlijk, al kon hij bij die gelegenheid niet nalaten op te merken dat zijn Bank geen last van de crisis had - en toen het later nog erger werd en ING en Aegon staatssteun moesten vragen om overeind te blijven, bood hij zelfs ruimhartig aan DSB een jaartje te willen verlaten om als crisisminister orde op zaken te stellen.

Zoals ik al eerder schreef, was dit het moment waarop hij zijn hand overspeelde. Niemand zat op hem te wachten, zeker de politiek niet. Sindsdien bleek dat DSB er lang niet zo florissant voorstond als (bijna) iedereen had gedacht. DSB was 'onzorgvuldig' geweest, had consumenten te hoge kredieten verstrekt, daar een pak 'onnodige' verzekeringen bovenopgestapeld en nu raakten die mensen in de betalingsproblemen.
'Onzin,' zei Dirk aanvankelijk. 'Wij kijken heel goed naar de kredietwaardigheid van onze cliënten. Van de tien aanvragen wordt er maar één geaccepteerd.' Waarschijnlijk was dat ook zo. Als kredietverschaffer wil je je geld uiteindelijk terughebben, met rente. Bovendien had Dirk de kredietcrisis zien aankomen. De DSB had zich nooit aan Amerikaanse hypotheekobligaties gewaagd en van tevoren zijn buitenlandse risico's geëlimineerd. In dat opzicht was hij verstandiger geweest dan alle topbankiers en economen bij elkaar en ook vooruitziender dan Wellink en Bos, die nu nog steeds verkondigen, 'dat in 2007 niemand de crisis kon zien aankomen.' Duh, de blogosphere gonsde ervan.

Toch is Dirk slachtoffer geworden van diezelfde kredietcrisis, zij het indirect. Hij had zijn zaken dan wel op orde, maar hij had er niet op gerekend dat de credit crunch hem de das om zou doen. Hij kon zelf niet meer voldoende lenen. Bovendien ging dat deel van zijn klanten dat tot dan toe net het hoofd boven water had kunnen houden nu kopje onder en tenslotte daalden de huizenprijzen aanzienlijk, waardoor de waarde van Dirks onderpanden kelderde. De AFM stortte zich op de 'slechte' leningen en de Nederlandsche Bank constateerde dat de solvabiliteit van DSB snel verslechterde en kneep op haar beurt het bankkrediet af. Eén losse flodder van Lakeman en DSB viel om.

Is Dirk nu een boef? Dirk is een ondernemer. Als hij iemand een lening gaf, bekeek hij het risico. Dat kon hij blijkbaar goed beoordelen, anders was hij niet zo succesvol geweest. In twijfelgevallen vraag je extra garanties. Dan verkoop je iemand een verzekering om je risico af te dekken, bijv. een koopsompolis. Dat doen alle banken, niet alleen DSB. Denk aan de de woekerpolisaffaire, waar de grootbanken en verzekeraars in veroordeeld zijn.

In onze, grotendeels op sprookjes gebaseerde verzorgingsmaatschappij heeft de overheid zich de rol van Robin Hood toegemeten, stelen van de middenklasse, een deel van de buit aan de strijkstok hangen en de rest verdelen onder de armen. Niet letterlijk natuurlijk, maar met mooie gebaren - prachtwijken! Het Robin Hood model is zó algemeen geaccepteerd, dat zowat iedereen staatssteun vanzelfsprekend vindt en die zelfs als een 'recht' beschouwt.
Ook van ondernemers wordt geëist, dat ze zich aan dit heersende model conformeren. Winst maken mag niet hun enige oogmerk zijn, zij moeten het welzijn van hun klanten voor ogen houden en zich verantwoordelijk gedragen, anders kunnen zij achteraf ter verantwoording worden geroepen en meestal kost dat hun veel geld. Neelie Kroes heeft zich ontpopt als een hedendaagse, zij het wat rimpelige Maid Marian en op nationaal niveau vertoont Wouter Bos zich graag in Robin Hood outfit met de toezichthouders van DNB, AFM en NMa als zijn 'Merry Men'.

Dirk is een ondernemer van de oude stempel en als zodanig past het jagerspakje van Robin Hood hem niet. Hij opereerde liever in de vele vermommingen van Tijl Uylenspieghel. Tijl was een schelm. Om te voorzien in zijn levensonderhoud appelleerde hij aan algemeen menselijke eigenschappen, hebzucht, goedgelovigheid en domheid. Mensen die hij erin liet lopen, waren een beurs of een gebraden kip armer, maar niemand had medelijden met hen. Ze werden uitgelachen, het was hun eigen stomme schuld. Maar dat was in een tijd dat er nog geen staatssteun bestond en ieder werd afgerekend op zijn eigen beslissingen.
Wij, die zijn opgegroeid in de sprookjeswereld van Robin Hood, waarin de gevolgen van eigen onvermogen voor een groot deel op de gemeenschap kunnen worden afgewenteld, zijn snel geneigd de Tijl Uylenspieghels te veroordelen, maar veroordelen we dan niet tegelijk onszelf tot een staat van maatschappelijke onnozelheid.