Het is Aswoensdag en ik heb net mijn laatste sigaar opgestoken. Eigenlijk stond de laatste voor Vette Dinsdag [Mardi Gras] gepland, maar zoals dat gaat met planningen, het loopt altijd anders. Deze keer gooide een onvoorzien bezoek aan een zwembad roet in het eten. Mijn kleinzoon zwom zaterdag af en dat bleek een dagvullend programma op te leveren, waarin voor het roken van twee sigaren geen plaats was. Pas om halfelf 's avonds kon er bij een late Schotse espresso nog net een gerookt worden, terwijl er voor die dag twee gescheduled waren. Er bleef er zodoende één over, die in het strakke eindschema nergens meer in te passen was.
Nu breekt een periode aan van onverbiddelijke rookloosheid, die afhankelijk van onbeheersbare factoren enkele dagen tot levenslang kan duren. Voorlopig mik ik traditiegetrouw op eerstepaasdag.
Voorheen had stoppen met roken steevast drie onaangename gevolgen: de stoelgang raakte volledig van slag, ik kreeg in de week erna een zware verkoudheid, zelfs holteontstekingen en ik had nog maar een paar uur slaap nodig en lag de rest van de nacht klaarwakker. Vandaar dat ik geneigd ben te geloven dat roken, van sigaren althans, in mijn geval het welzijn en zelfs de gezondheid bevordert, een standpunt dat in de loop der jaren minder bijval kreeg dan het verdiende.
Wat wél waar is, is dat je smaak en reuk erop vooruitgaan, als je niet meer rookt. Met die betere smaak valt te leven, maar meer ruiken is niet altijd een onverdeeld genoegen, zeker niet voor een stadsbewoner.
Als ik 's morgens voor het Concertgebouw op de tramhalte in de Van Baerlestraat stond, kreeg ik door de uitlaatgassen altijd prikkelingen in mijn neus en niesbuien. Die gingen pas over, als ik eenmaal met een bekertje automatenkoffie achter mijn bureau de eerste sigaar opstak. Dat zet je toch aan het denken.
Begin van het einde van het olietijdperk
en van alles wat we vanzelfsprekend zijn gaan vinden
Posts tonen met het label sigaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sigaar. Alle posts tonen
woensdag 17 februari 2010
zondag 7 februari 2010
Gekte is niet erg, zolang er een patroon in zit
Om van het roken af te komen gebruik ik een beproefde methode. Minstens vijftien jaar lang stopte ik elk jaar met roken, niet met nieuwjaar maar op Aswoensdag, de aangewezen dag daarvoor, lijkt mij.
Ongeveer twee weken voor de fatale datum inventariseerde ik mijn voorraad sigaren en stelde een schema op dat begon met zes of zeven stuks per dag en eindigde met één op de laatste dag van Carnaval, Mardi Gras, de dinsdag voor Aswoensdag. Daarmee moest mijn voorraad dan ook precies óp zijn, zodat achteloos doorpaffen geen optie kon zijn.
De beloning voor deze daad van zelfversterving kwam met Pasen, want op eerste paasdag mocht ik van mezelf dan bij de koffie weer een sigaar opsteken.
Dat gaf aanleiding tot principiële discussies met verstokte rokers, want wat had het voor zin om te stoppen, als je van tevoren toch al wist dat je weer zou beginnen? Mij ging het echter niet om principes. Het heeft iets moois om vaste patronen bewust te doorbreken -daar valt zelfs plezier aan te beleven- maar je moet niet pretenderen dat je de strijd tegen jezelf kunt winnen, tenzij je vervalt tot fanatisme. De zuigkracht van je onderbewuste roerselen is een of twee ordes groter dan de drijfkracht van je rationele gesputter.
Dat bleek ook wel, want in die ruim vijftien jaar heb ik Pasen maar twee of drie keer gehaald. Soms hield ik het twee weken vol, soms een maand. Een keer stapte ik na twee dagen al weer naar de sigarenboer, maar er was ook een jaar dat ik mijn doel ver voorbijschoot. Maar ja, dan zit je in augustus op een bankje tegen de muur van Ristorante Molinari op de piazza van Airole met een glaasje wijn te praten met een inboorling die je op een gegeven moment een pakje Gauloise voorhoudt en dan denk je, na een halfjaar niet roken, 'Ach, waarom niet?'
Ongeveer twee weken voor de fatale datum inventariseerde ik mijn voorraad sigaren en stelde een schema op dat begon met zes of zeven stuks per dag en eindigde met één op de laatste dag van Carnaval, Mardi Gras, de dinsdag voor Aswoensdag. Daarmee moest mijn voorraad dan ook precies óp zijn, zodat achteloos doorpaffen geen optie kon zijn.
De beloning voor deze daad van zelfversterving kwam met Pasen, want op eerste paasdag mocht ik van mezelf dan bij de koffie weer een sigaar opsteken.
Dat gaf aanleiding tot principiële discussies met verstokte rokers, want wat had het voor zin om te stoppen, als je van tevoren toch al wist dat je weer zou beginnen? Mij ging het echter niet om principes. Het heeft iets moois om vaste patronen bewust te doorbreken -daar valt zelfs plezier aan te beleven- maar je moet niet pretenderen dat je de strijd tegen jezelf kunt winnen, tenzij je vervalt tot fanatisme. De zuigkracht van je onderbewuste roerselen is een of twee ordes groter dan de drijfkracht van je rationele gesputter.
Dat bleek ook wel, want in die ruim vijftien jaar heb ik Pasen maar twee of drie keer gehaald. Soms hield ik het twee weken vol, soms een maand. Een keer stapte ik na twee dagen al weer naar de sigarenboer, maar er was ook een jaar dat ik mijn doel ver voorbijschoot. Maar ja, dan zit je in augustus op een bankje tegen de muur van Ristorante Molinari op de piazza van Airole met een glaasje wijn te praten met een inboorling die je op een gegeven moment een pakje Gauloise voorhoudt en dan denk je, na een halfjaar niet roken, 'Ach, waarom niet?'
zaterdag 6 februari 2010
We zijn de sigaar
Vorige week hoorde ik dat mijn favoriete sigaar uit de handel gaat. Ondanks mijn substantiële bijdrage worden er te weinig van verkocht. Al jaren ben ik een Gezel-roker, de panatella van 'De Heeren van Ruysdael', een quasi-sjieke merknaam die vooral bedacht lijkt om een hoger dan gemiddelde prijs te rechtvaardigen.
Een mooie aanleiding dus om er nu maar eens een punt achter te zetten, achter dat roken, bedoel ik. Ruim dertig jaar lang heb ik blijmoedig de jaarlijkse begrotingen van meneer Kok, Zalm en Bos gesteund met een onwaarschijnlijk bedrag aan betaalde accijnzen, maar een bedankje kon er nooit af. Tabak valt onder de genotmiddelen en in dit calvinistische land werd genieten oogluikend toegestaan, als je bereid was er extra voor te betalen.
Twintig jaar geleden echter werd er een volledig nieuwe insteek gekozen om het roken te ontmoedigen. Het was slecht voor de gezondheid, maar nu niet alleen meer van de roker zelf, maar ook van de meerokers, degenen die zonder accijns te hoeven betalen konden meegenieten van uitgeblazen rook. Hoewel ik de eerste die aan meeroken is doodgegaan nog moet tegenkomen, was dit uit propagandaoogpunt natuurlijk een meesterzet. Ons land herbergt voldoende hypochonders en gezondheidsfreaks om de tevreden roker in het defensief te dringen. Al in de jaren '90 werd je in restaurants, als je bij de koffie een sigaar opstak, geconfronteerd met steels over schouders geworpen dodende blikken.
Toen de anti-rooklobby de wetgever eenmaal over de brug had gekregen, was het hek helemaal van de dam. Rokers werden tot paria's gemaakt, die naar de periferie van de samenleving moesten uitwijken om hun als verderfelijk gebrandmerkte gewoonte bot te vieren, buiten aan de voordeur, hangend uit een raam of op een balkon. Goed om een longontsteking op te lopen.
Maar ja, dit is een achterhoedegevecht. Bij de jongeren is roken eigenlijk geen issue meer. Die hebben de weg gevonden naar andere soorten genotmiddelen van een aanzienlijk minder onschuldig karakter. Mensen kunnen nu eenmaal niet zonder stimulerende middelen. Altijd zoeken zij naar wegen om in trance of in een roes te raken, omdat een dergelijke toestand hun het gevoel geeft dat zij in contact zijn met een hogere werkelijkheid of waarheid, het gevoel dat zij écht leven, of simpel omdat zij het lekker vinden.
Gisteren ben ik aan het afkickproces begonnen. Vier sigaren heb ik gerookt, ongeveer de helft van mijn normale dagrantsoen. In minder dan twee weken bouw ik dat aantal af tot nul, waarvan dagelijks een korte impressie op deze blog.
Een mooie aanleiding dus om er nu maar eens een punt achter te zetten, achter dat roken, bedoel ik. Ruim dertig jaar lang heb ik blijmoedig de jaarlijkse begrotingen van meneer Kok, Zalm en Bos gesteund met een onwaarschijnlijk bedrag aan betaalde accijnzen, maar een bedankje kon er nooit af. Tabak valt onder de genotmiddelen en in dit calvinistische land werd genieten oogluikend toegestaan, als je bereid was er extra voor te betalen.
Twintig jaar geleden echter werd er een volledig nieuwe insteek gekozen om het roken te ontmoedigen. Het was slecht voor de gezondheid, maar nu niet alleen meer van de roker zelf, maar ook van de meerokers, degenen die zonder accijns te hoeven betalen konden meegenieten van uitgeblazen rook. Hoewel ik de eerste die aan meeroken is doodgegaan nog moet tegenkomen, was dit uit propagandaoogpunt natuurlijk een meesterzet. Ons land herbergt voldoende hypochonders en gezondheidsfreaks om de tevreden roker in het defensief te dringen. Al in de jaren '90 werd je in restaurants, als je bij de koffie een sigaar opstak, geconfronteerd met steels over schouders geworpen dodende blikken.
Toen de anti-rooklobby de wetgever eenmaal over de brug had gekregen, was het hek helemaal van de dam. Rokers werden tot paria's gemaakt, die naar de periferie van de samenleving moesten uitwijken om hun als verderfelijk gebrandmerkte gewoonte bot te vieren, buiten aan de voordeur, hangend uit een raam of op een balkon. Goed om een longontsteking op te lopen.
Maar ja, dit is een achterhoedegevecht. Bij de jongeren is roken eigenlijk geen issue meer. Die hebben de weg gevonden naar andere soorten genotmiddelen van een aanzienlijk minder onschuldig karakter. Mensen kunnen nu eenmaal niet zonder stimulerende middelen. Altijd zoeken zij naar wegen om in trance of in een roes te raken, omdat een dergelijke toestand hun het gevoel geeft dat zij in contact zijn met een hogere werkelijkheid of waarheid, het gevoel dat zij écht leven, of simpel omdat zij het lekker vinden.
Gisteren ben ik aan het afkickproces begonnen. Vier sigaren heb ik gerookt, ongeveer de helft van mijn normale dagrantsoen. In minder dan twee weken bouw ik dat aantal af tot nul, waarvan dagelijks een korte impressie op deze blog.
Abonneren op:
Posts (Atom)