zondag 7 februari 2010

Gekte is niet erg, zolang er een patroon in zit

Om van het roken af te komen gebruik ik een beproefde methode. Minstens vijftien jaar lang stopte ik elk jaar met roken, niet met nieuwjaar maar op Aswoensdag, de aangewezen dag daarvoor, lijkt mij.
Ongeveer twee weken voor de fatale datum inventariseerde ik mijn voorraad sigaren en stelde een schema op dat begon met zes of zeven stuks per dag en eindigde met één op de laatste dag van Carnaval, Mardi Gras, de dinsdag voor Aswoensdag. Daarmee moest mijn voorraad dan ook precies óp zijn, zodat achteloos doorpaffen geen optie kon zijn.

De beloning voor deze daad van zelfversterving kwam met Pasen, want op eerste paasdag mocht ik van mezelf dan bij de koffie weer een sigaar opsteken.
Dat gaf aanleiding tot principiële discussies met verstokte rokers, want wat had het voor zin om te stoppen, als je van tevoren toch al wist dat je weer zou beginnen? Mij ging het echter niet om principes. Het heeft iets moois om vaste patronen bewust te doorbreken -daar valt zelfs plezier aan te beleven- maar je moet niet pretenderen dat je de strijd tegen jezelf kunt winnen, tenzij je vervalt tot fanatisme. De zuigkracht van je onderbewuste roerselen is een of twee ordes groter dan de drijfkracht van je rationele gesputter.

Dat bleek ook wel, want in die ruim vijftien jaar heb ik Pasen maar twee of drie keer gehaald. Soms hield ik het twee weken vol, soms een maand. Een keer stapte ik na twee dagen al weer naar de sigarenboer, maar er was ook een jaar dat ik mijn doel ver voorbijschoot. Maar ja, dan zit je in augustus op een bankje tegen de muur van Ristorante Molinari op de piazza van Airole met een glaasje wijn te praten met een inboorling die je op een gegeven moment een pakje Gauloise voorhoudt en dan denk je, na een halfjaar niet roken, 'Ach, waarom niet?'