zaterdag 6 februari 2010

We zijn de sigaar

Vorige week hoorde ik dat mijn favoriete sigaar uit de handel gaat. Ondanks mijn substantiële bijdrage worden er te weinig van verkocht. Al jaren ben ik een Gezel-roker, de panatella van 'De Heeren van Ruysdael', een quasi-sjieke merknaam die vooral bedacht lijkt om een hoger dan gemiddelde prijs te rechtvaardigen.
Een mooie aanleiding dus om er nu maar eens een punt achter te zetten, achter dat roken, bedoel ik. Ruim dertig jaar lang heb ik blijmoedig de jaarlijkse begrotingen van meneer Kok, Zalm en Bos gesteund met een onwaarschijnlijk bedrag aan betaalde accijnzen, maar een bedankje kon er nooit af. Tabak valt onder de genotmiddelen en in dit calvinistische land werd genieten oogluikend toegestaan, als je bereid was er extra voor te betalen.

Twintig jaar geleden echter werd er een volledig nieuwe insteek gekozen om het roken te ontmoedigen. Het was slecht voor de gezondheid, maar nu niet alleen meer van de roker zelf, maar ook van de meerokers, degenen die zonder accijns te hoeven betalen konden meegenieten van uitgeblazen rook. Hoewel ik de eerste die aan meeroken is doodgegaan nog moet tegenkomen, was dit uit propagandaoogpunt natuurlijk een meesterzet. Ons land herbergt voldoende hypochonders en gezondheidsfreaks om de tevreden roker in het defensief te dringen. Al in de jaren '90 werd je in restaurants, als je bij de koffie een sigaar opstak, geconfronteerd met steels over schouders geworpen dodende blikken.
Toen de anti-rooklobby de wetgever eenmaal over de brug had gekregen, was het hek helemaal van de dam. Rokers werden tot paria's gemaakt, die naar de periferie van de samenleving moesten uitwijken om hun als verderfelijk gebrandmerkte gewoonte bot te vieren, buiten aan de voordeur, hangend uit een raam of op een balkon. Goed om een longontsteking op te lopen.
Maar ja, dit is een achterhoedegevecht. Bij de jongeren is roken eigenlijk geen issue meer. Die hebben de weg gevonden naar andere soorten genotmiddelen van een aanzienlijk minder onschuldig karakter. Mensen kunnen nu eenmaal niet zonder stimulerende middelen. Altijd zoeken zij naar wegen om in trance of in een roes te raken, omdat een dergelijke toestand hun het gevoel geeft dat zij in contact zijn met een hogere werkelijkheid of waarheid, het gevoel dat zij écht leven, of simpel omdat zij het lekker vinden.

Gisteren ben ik aan het afkickproces begonnen. Vier sigaren heb ik gerookt, ongeveer de helft van mijn normale dagrantsoen. In minder dan twee weken bouw ik dat aantal af tot nul, waarvan dagelijks een korte impressie op deze blog.